Zoeken

Zoeken in nieuwsberichten

Nieuws

'Met Basf-aaltjes is een engerlingenplaag vrijwel volledig onder controle te krijgen'

Afname chemische middelen leidt tot toename aaltjesinzet

Engerlingen die (gras)wortels vreten, vormen bij veel sportvelden en golfbanen al jarenlang een bron van overlast en veroorzaken gele of bruine plekken in het gras. Sinds de afname van het gebruik van chemische middelen is er een toename van het aantal engerlingen waar te nemen. Aaltjes werden eerder al toegepast door beheerders, maar nu op veel grotere schaal.

 

Michel de Groot, adviseur bij CAV Agrotheek, focust zich op gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen en biologische middelen voor glastuinbouw en sierteeltgewassen, maar ook voor sportvelden en golfbanen. 'Aaltjes zijn geschikt voor verschillende toepassingen. Ze worden veel ingezet om de slawortelboorderplaag in pioenrozen te beheersen, maar worden ook gebruikt op sportvelden en golfbanen', vertelt hij. 'Sportvelden en golfbanen hebben regelmatig last van engerlingen, de (gras)wortels etende larven van vooral de rozenkever, maar ook de junikever. Sinds de plaagbestrijding met chemische middelen voor het grootste deel is weggevallen, adviseren wij steeds vaker om aaltjes toe te passen. De Nemasys-producten van Basf bevatten aaltjes waarmee de plaag bijna helemaal onder controle te brengen is.'

Engerlingenschade

Foto: Engerlingenschade

 

Vooral overlast door rozenkever
De rozenkever komt het meeste voor in Nederland en geeft dus de meeste schade op sportvelden en golfbanen. De larven van de rozenkever, engerlingen, hebben een eenjarige cyclus en komen daarna bovengronds om uit te vliegen. Tijdens hun groei vreten de engerlingen aan de wortels van de grasplant, waardoor zoden los komen te liggen. Secundaire vraat vindt plaats door vogels die de engerlingen als voedsel uit de grond pikken. De Groot: 'Aaltjes zijn heel geschikt om engerlingen te beheersen, omdat ze goed werken op het jonge stadium van engerlingen. Lokaal komen verder ook nog de junikever en de sallandkever voor. De larven hiervan heten ook engerlingen, maar hebben een tweejarige cyclus. Aaltjes zijn ook hiertegen goed in te zetten, vooral op de jonge larven.'


Dode engerling na toepassing Nemasys H

Foto: Dode engerling na toepassing Nemasys H

 

Monitoren
De Groot richt zich op de rozenkever die het meeste voorkomt. Hij vertelt dat het belangrijk is om te monitoren wanneer de kevers komen aanvliegen. 'Ze zijn makkelijk te herkennen en ze hebben ook een voorspelbaar vluchtpatroon. Eind mei, begin juni vliegen ze tussen tien uur en één uur altijd laag boven het gras als de zon schijnt. Rond dat tijdstip hebben de vrouwelijke kevers hun eitjes diep in de grond afgezet. De larven uit de eitjes bewegen later namelijk omhoog, naar de wortels van de plant. De vrouwtjeskevers zetten drie weken later voor de tweede keer eitjes af, vlak in de buurt. Hierdoor heb je vaak te maken met de verspreiding van engerlingen.'
De Groot vertelt verder: 'Zodra je de vlucht hebt waargenomen, kun je de rekensom maken: de larven verschijnen drie tot zes weken nadat de eitjes zijn gelegd. Vanaf juni-juli kun je in het gras kijken of er al jonge engerlingen zitten. Ze zijn dan nog klein, maar al goed waarneembaar met het blote oog.'


'Juni tot september is de jonge fase, de periode waarin ze het beste kunnen worden bestreden'


Emelt

Foto: Emelt

Aanpak tijdens jonge fase
De engerlingen blijven redelijk lang in de jonge fase. Deze fase valt pakweg van juni tot aan september en is de periode waarin je ze het beste kunt bestrijden. In augustus-september zitten ze net onder de graszode. Vanaf eind september, wanneer de temperaturen dalen, graven ze zich dieper de grond in om te overwinteren.

Engerlingen moeten bij voorkeur in de jonge fase aangepakt worden, omdat de aaltjes er dan het beste op kunnen parasiteren. De Groot: 'Na infectie met de aaltjes beginnen de jonge engerlingen na een dag of twee af te sterven en te verslijmen.' Als er grotere engerlingen in de grasmat aangetroffen worden, gaat het meestal om overjarige engerlingen met een cyclus van twee jaar, bijvoorbeeld van de junikever en de sallandkever. Het kan ook gaan om engerlingen van de meikever, die een cyclus van drie jaar onder de grond heeft. De Groot: 'De werking van aaltjes is bij jonge engerlingen zichtbaar het sterkst. Een plaag van jonge engerlingen van de rozenkever is helemaal onder controle te krijgen met Nemasys H (Heterorhabditis bacteriophora-aaltjes). Zeker wanneer ze vlak onder de grasmat zitten, zijn ze goed te bereiken met de aaltjesmiddelen. Bovendien kunnen de aaltjes kleine engerlingen beter aan dan grotere exemplaren.'

Rozenkevers kun je vangen met feromoonvallen. De Groot: 'Maar die dienen vooral ter ondersteuning van de monitoring, zodat je weet wanneer de rozenkevers zijn uitgevlogen. De grootste slag kun je slaan door de engerlingen aan te pakken met aaltjes.'


Net als voor engerlingen geldt ook voor emelten dat ze vooral in het jonge stadium goed met aaltjes te bestrijden zijn


Vocht, vocht, vocht
Wat ook belangrijk is, zijn vocht en water. Aaltjes blijven tot zes weken actief in een vochtige bodem. Het veld met engerlingenoverlast moet vochtig worden gemaakt voordat ze kunnen worden toegepast. De meeste sportveldbeheerders en greenkeepers brengen de aaltjes in met een speciaal aangepaste Vredo-doorzaaimachine. Die brengt ze op de juiste diepte in de grond, daar waar de engerlingen zitten. Daarna is het essentieel dat ze niet uitdrogen. De Groot: 'Na het inbrengen moet het veld twee tot drie weken vochtig worden gehouden middels naberegening. Ik raad dat altijd ten zeerste aan, want als de werking van de aaltjes zwak lijkt, is er eigenlijk altijd sprake van te weinig vochttoediening.'

 

Aaltjes tegen emelten
Piet van Boven, adviseur bio-insecticiden bij Basf, voegt daaraan toe: 'Sportvelden en golfbanen hebben door de afname van het chemiegebruik ook vaker last van emelten, de larven van langpootmuggen. Deze soort komt de laatste jaren sowieso meer voor. Vanaf medio september zijn de emelten in het jonge stadium. Ze overwinteren en gaan door tot in april-mei het jaar erop. In mei verpoppen ze. In augustus, september en oktober vliegen de langpootmuggen uit. Net als voor engerlingen geldt ook voor emelten dat ze vooral in het jonge stadium goed met aaltjes te bestrijden zijn.'
Michel
De aaltjestoepassing is hetzelfde, maar het betreft wel een ander Nemasys F-aaltje (Steinernema feltia). Van Boven: 'Sommige beheerders en greenkeepers voeren in het voorjaar behandelingen met Nemasys F uit, omdat je ook emelten in het voorjaar ziet. Dat kan, omdat Nemasys F al vanaf 10 graden Celsius toepasbaar is. Maar de voorkeur gaat uit naar een najaarsbehandeling, omdat je dan de jonge emelten treft en het meeste effect sorteert. Maar natuurlijk kun je bij een hoge druk ook nog een keer aaltjes toepassen in het voorjaar.'

 

 

BRON: https://www.fieldmanager.nl  / Auteur: Karlijn Raats

Agenda